De kunststofketen omdraaien, Olaf Prinsen


Van kwantiteit naar steeds grotere hoeveelheden kwaliteit

De laatste jaren zijn gemeenten en hun inwoners steeds bewuster van het feit dat ze van afval grondstoffen kunnen maken, wanneer ze er op de goede manier mee om gaan. De grondstoffen kunnen we behouden en op een zo hoogwaardig mogelijke manier hergebruiken. Niet voor niets passen steeds meer gemeenten hun afvalbeleid aan. En met succes laat de benchmark zien dat er steeds minder restafval is. Toch zijn we er nog lang niet. Om echt tot een circulaire economie te komen moet er worden samengewerkt in de keten, zodat vraag en aanbod van het begin van de cirkel tot het eind op elkaar zijn afgestemd.

Op deze plek betoogde Cees de Mol van Otterloo eerder dat er meer gestuurd moet worden op kwaliteit. Een focus van kwantiteit van recyclebare kunststoffen naar gevraagde kwaliteit lijkt ons ook de juiste stap. Bovendien zijn wij van mening dat het niet zou moeten uitmaken wat de afkomst van het afval is. Verpakking of niet, het moet om de toekomst van het product gaan.

Bij het omdraaien van de keten moet er bovendien constant gekeken worden waardoor uitval ontstaat. Waarom is een gedeelte van het ingezamelde kunststof niet van voldoende kwaliteit om weer opnieuw toegepast te worden? Het resultaat hiervan moet leiden tot actie. Als aangetoond wordt dat een stap in de inzameling daartoe leidt, moeten we dit aanpassen. En wanneer de samenstelling van de verpakking er de reden voor is, moet de verpakking veranderen, ook dit is producentenverantwoordelijkheid. Wanneer je troep in de keten brengt kan er immers ook niets meer uit komen dan troep. Op die manier verleggen we onze focus niet simpelweg van de kwantiteit naar kwaliteit, maar is het gezamenlijk streven ook dat we steeds verder opschuiven richting circulariteit.

En natuurlijk kent dit zijn beperkingen, er zijn meer redenen om bepaalde keuzes te maken. Verpakkingen hebben meer functies, zoals ook het bevorderen van de houdbaarheid. En ook voor gemeenten zijn er redenen om bepaalde keuzes te maken die niet per se het beste resultaat betekenen voor die ene stroom. Immers: gemeenten zijn niet alleen verantwoordelijk voor de inzameling van kunststoffen, maar hebben een doel voor al het afval. Uit ervaring blijkt dat de keus voor de ene stroom het resultaat van een andere kan beïnvloeden. Ook hier blijkt uit de benchmark weer dat lokale omstandigheden het optimale recept bepalen per gemeente.

Redeneren vanuit de vraag naar secundaire grondstoffen is een logische volgende stap in het dossier, maar hier blijft het niet bij. Overleg in de keten en een gezamenlijk streven en handelen voor steeds betere resultaten zijn hierbij onontbeerlijk.


Olaf Prinsen

Olaf Prinsen
Directeur NVRD