Verslag ‘De volgende stap met kunststof’

Op 10 mei kwamen een zestigtal professionals uit de gemeente- en afvalwereld in Utrecht bij elkaar voor ‘De volgende stap met kunststof’. Deze dag werd georganiseerd door het Learning Center Kunststof Verpakkingsafval (LCKVA). Vraagstuk van de dag: hoe ziet de toekomst eruit voor het inzamelen en recyclen van kunststof verpakkingsafval? Wat kunnen gemeenten en inzamelaars verwachten van de evaluatie van de Raamovereenkomst Verpakkingen? Gaat dit een oplossing bieden voor de problemen waar nu mee geworsteld wordt?

De toekomst van kunststof

De ochtend begon met een debatsessie waar een aantal sprekers hun visie op de toekomst van kunststof ontvouwden en naderhand met elkaar in debat gingen.

Cees de Mol versus Olaf Prinsen

Cees de Mol van OtterlooHet eerste debat trapten Cees de Mol van Otterloo (directeur Afvalfonds Verpakkingen) en Olaf Prinsen (directeur NVRD) af. De Mol van Otterloo gaf aan dat de problemen rondom sorteercapaciteit, vervuiling en afzet zijn veroorzaakt door een te snelle invoering van de regierol van gemeenten. Achteraf gezien was hier meer voorbereidingstijd voor nodig geweest. De Mol van Otterloo: “Het loopt nog niet zo soepel”. Dit heeft geresulteerd in een keten die niet kijkt wat de markt wil, maar gestuurd wordt op aanbod en kwantiteit. In plaats hiervan moet worden getransformeerd naar een keten gestuurd door vraag en kwaliteit.

Olaf Prinsen is het er mee eens dat kwaliteit heel belangrijk is, en hij herkent de problemen die De Mol van Otterloo schetst. Maar hij voegt hier aan toe dat de transformatie naar een circulaire economie niet vanzelf gaat. Gemeenten en inzamelaars zijn koplopers: natuurlijk gaat er wel eens wat mis, maar er ontstaan ook veel mooie nieuwe initiatieven. “We moeten de ruimte durven te nemen om te experimenteren”, aldus Prinsen. De grote stap in de keten die we nu moeten maken is om niet te kijken wat goed gaat, maar om te kijken wat er nu nog niet hergebruikt wordt: daar ligt een taak voor producenten.

Olaf PrinsenEen aantal stellingen zorgen ook voor discussie.

  • Wordt nascheiding de dominante methode om kunststof te scheiden?

De Mol van Otterloo: “In principe is bron- en nascheiding gelijkwaardig. Voor stedelijke gemeenten zal dit wel de enige optie worden, deze zullen vanzelf stoppen met bronscheiding”. Prinsen pleit ervoor dat er moet worden gekeken naar de samenhang met andere aspecten van het inzamelsysteem, zoals bijvoorbeeld diftar. Er moet een complete afweging gemaakt worden en niet alleen gekeken worden naar kunststof verpakkingsafval. Prinsen: “Nascheiding is geen wondermiddel. Er moet nog steeds heel veel moeite worden gestoken in het scheiden van andere stromen zoals GFT en papier”.

  • Het inzamelsysteem voor kunststofverpakkingsafval moet in de toekomst ook gebruikt worden voor niet-verpakkingen.

Olaf  Prinsen omarmde deze stelling: "Het is niet uit te leggen aan burgers dat dit niet mag”. De Mol van Otterloo gaf aan hier niet voor te willen betalen, omdat het systeem wordt betaald door het bedrijfsleven dat verpakkingen op de markt brengt. Reacties uit de zaal: “Pas op dat je niet nog meer rommel binnenhaalt als je niet-verpakkingen wilt inzamelen”.

Rol van gemeenten

Marc VeenhuizenHet tweede deel van het debat werd gevoerd door Marc Veenhuizen (gemeente Apeldoorn) en Gerhard Schoonvelde (gemeente Utrecht). Veenhuizen trapte af met een vurig pleidooi voor meer zekerheid en een einde aan de voortdurende veranderingen. Daarbij moet de verantwoordelijkheid op de juiste plek komen: de producenten. "Gemeenten willen best inzamelen, maar niet de verantwoordelijkheden van de eindregie", volgens Veenhuizen. Schoonvelde pleitte er daarentegen voor dat gemeenten wel degelijk een rol moeten hebben in de stappen na het inzamelen, zoals het sorteren. De problemen waar gemeenten tegenaan lopen liggen immers deels op deze vlakken, dus als gemeenten grip willen houden op bijvoorbeeld kwaliteit moeten ze hier hun invloed op kunnen uitoefenen. Ook werd er vanuit de zaal op gewezen dat als gemeenten deze rol niet nemen, het voor andere partijen wel heel gemakkelijk wordt om ‘de krenten uit de pap te vissen’. Hierdoor blijven gemeenten vervolgens met de rommel zitten.

Verder werd aangegeven dat gemeenten, ongeacht de invulling van de regierol, goede terugkoppeling moeten krijgen van sorteerders en inkooporganisaties. Gerhard SchoonveldeVolgens velen is dit een voorwaarde voor het kunnen bijsturen van de inzameltaken, bijvoorbeeld in het geval van kwaliteitsproblemen. Dit is lastig vanwege de grote contracten, die het praktisch moeilijk uitvoerbaar maken. Daarom moet in ieder geval iets worden bedacht zodat de gemeenten die inspanningen leveren voor een goede samenstelling en kwaliteit, niet lijden onder slechtere prestaties van andere partijen of gemeenten.

Afsluiting

De sessie werd afgesloten met de constatering dat, ondanks de verschillen die in het debat naar voren kwamen, de samenwerking vanuit hetzelfde doel voor een goede oplossing voor de huidige problemen zal zorgen. De hobbels die nu worden ervaren zijn zeker belangrijke aandachtspunten, maar het grote doel is niet uit het oog verloren.

Middagsessies

>> Lees een kort verslag van de werksessie kostenoptimalisatie

>> Lees een kort verslag van de sessie kwaliteit kunststof/PMD